Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erfelijkheid, ontwikkeling, variatie, in welke de begrippen van Plato en Aris-toteles, begrippen als substantialiteit van den vorm, doel, (ivvx[s.tc, êvipyeix, èvTs\é%eix voortleven. Erfelijkheid is een streven tot herhaling van ouderlijke eigenschappen. Het ontwikkelingsvermogen der kiem is een streven tot reproductie van het type der soort, van den slSo;. Tegenover dergelijke zaken staat de mechanische physica radeloos. Men kan Aristoteles' theologie wel in woorden op zijde schuiven, maar in het denken der natuurkundigen breekt zij zich telkens op nieuw baan. Te recht zegt Dr. Bavinck blz. 46 van „Christelijke wereldbeschouwing": „De evolutieleer heeft wel het irxvrx pet vau Heraclitus herhaald en aan het algemeene, aan de soort de realiteit ontzegd. Maar er is thans in wijden kring een terugkeer tot de formae substantiales van Aristoteles te bespeuren. Hans Driesch zegt in de voorrede van zijn jongste werk, dat hij een synthese beoogt van Aristotelische en Newtonische „Forschungsmaximen" en noemt elders de nieuwste wending in de wetenschap ein „Zurück zu den für überwunden gehaltenen substanziellen Formen und verborgenen Eigenschaften des Aristoteles und der Scholastik."

Ook in andere opzichten laat Spruyt niet aan Aristoteles volle recht wedervaren. Aristoteles was minder „oppervlakkig" en „conservatief" dan Spruyt ons zou doen vermoeden, wanneer hij van de „woestijn der Aristotelische ethiek gewaagt (bl. 206, 224 en 225). Ten onrechte zegt Spruyt, dat de vraag naar het ware levensdoel bij hem „onbesproken" blijft. Als men Spruyt leest, krijgt men den indruk, dat Aristoteles een bolleboos van geleerdheid was, wiens conservatisme hem verhinderde de bestaande maatschappij te hervormen. Een man als Erasmus dus, die de hoogste toppen der wetenschap bereikte, maar van zichzelf zeide: verbetering der zeden is mijne zaak niet, ik acht mij de eere van martelaarschap niet waardig.

Het was Aristoteles in de eerste plaats te doen, zegt Spruyt,

Sluiten