Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zij zoo, maar een aanvulling van deze woorden blijft noodig; immers verklaart Aristoteles, dat wij niet moeten luisteren naar de stem van hen, die zeggen: blijf met uwe gedachten en overleggingen binnen de sfeer van het menschelijke, want gij zijt een mensch, en van het vergankelijke, want gij zijt sterfelijk. Integendeel, het past den mensch, zooveel hij kan, zich onsterfelijk te maken en het leven overeenkomstig de rede, het beste dat in hem is, tot einddoel van al zijne handelingen te maken. (Eth. Nicom. X, 7, 8). Wij mogen dus ten slotte verklaren: het Goddelijke in 's menschen wezen is volgens Aristoteles van zooveel gewicht, dat het den mensch volkomen bezighouden en ook bevredigen kan.

Sluiten