Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen veroorzaken en hen niet ten verderve slepen. Zij worden daardoor gekenmerkt, dat zij aan maat gebonden zijn. Als wij niet tot de ondervinding van paarden en runderen ons willen beperken , maar den blik ruimer uitstrekken, dan ontdekken wij, dat het goede, het ideaal, waaraan wij levensregels hebben te ontleenen, schoonheid, symmetrie en waarheid omvat. Zij zijn de bronnen van een lust, ijSsim, dien Plato met de edeler namen van een KTvjftx en een iyxiiv aanduidt p. 365. In zoover blijft hij ook hier aan zijn ascetisme getrouw, dat hij voor het grove lichamelijk genot enkel woorden van hoon heeft. Wij zullen de vraag laten rusten in hoever Aristoteles in dit laatste opzicht met hem instemt. Maar in alle overige opzichten, is er hier geen strijd tusschen Plato en Aristoteles. Bij beiden, Plato en Aristoteles, is het hoogste goed zulk een toestand des menschen, waarin hij gelijkt op een kunstgewrocht, welks harmonisch samenstel door de minste toevoeging of vermindering wordt verstoord. Aangezien de mensch dezen toestand zelfbewust doorleeft, schenkt het hoogste goed hem bevrediging en is het bezit er van tevens het hoogste geluk. (Arist. Etb. Nicom. II, c. 6. 1106, b, 35). Zelfs beroept zich Aristoteles op Plato's Philebus, waar Plato betoogt, dat lust zonder meer niet het hoogste kan zijn, daar een aangenaam leven met wijsheid gepaard, beter is dan zonder wijsheid. Hij zegt: „toiovtcp 3-} Aa'ya xx) FIAxtwv xvxipeï oti oïix e7tiv jfovj Txyxóóv xipccrspov yxp sJvxitov ;53w (3iov pcerx <Ppovyjeuq % %Ciipii;, s'i Ss to /aixtov xpeÏTTOv, oux sïvxi tviv vjiovYiv Txyxöcv." Hetzelfde argument bezigen dus beiden, om te bewijzen, dat genot niet is het hoogste goed. Een aangenaam leven met wijsheid is verkieslijker dan zulk een leven zonder wijsheid. Aangezien beide vereenigd, beter zijn dan genot alleen, zoo volgt hieruit, dat genot niet het hoogste goed is". (Ari3t. Eth. Nicom. X, c 2, 1173, a, 29.)

Lamers verzuimt rekening te houden met den ontwikkelingsgang in de philosofie van Plato. In zijne streng ascetische beschouwing,

Sluiten