Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en overmaat van Ag NO3, laat afkoelen en zoodra dc olie, die nog beneden overgebleven is, stolt, giet hij de bovenstaande vloeistof af, die bij bekoeling een w itte verbinding van de zouten afzet. Hij vindt gelijke eigenschappen als Schnauss, de samenstelling Ag NO3 . Ag I, het smeltpunt op 94°, maar zijn praeparaat is bijna geheel ongevoelig voor licht. Het gesmolten dubbelzout lost nog AgI op eiTkleurt zich dan geel. Hij verklaart hiermede ook devorming van de gele, olieachtige vloeistof, die eerst door aanhoudend koken met H NO3 en Ag N03 de overmaat van Ag I verliest. Bij opname van Ag 1 door 't zout werd het smeltpunt verlaagd. Een massa met 65 gew. ®/o Ag I daalde als vloeistof tot 72° en daarna steeg onder't vast worden de temperatuur tot 80°. Hij vermeldt bovendien nog, dat de van de verbinding (1 : 1) afgegoten vloeistof bij afkoeling nog meer vast afzette. De verbinding scheen dus reeds gekomen, vóór de vloeistof geheel afgekoeld was. Dit tweede product bevat + 2.8 gew. o/0 Ag-I en is zeer lichtgevoelig; het zijn eerst fijne kristalblaadjes, die daarna in grootere kristallen veranderen en in weinig water zonder ontleding oplosbaar zijn.

Weltzien's verbinding heeft Kremer niet verkregen.

Riche (Journ. de Pharm. et de Chim. 1858. [3] 33 p. 343) maakte oplossingen van Ag I in matig geconcentreerde Ag N03 oplossing, door eenige minuten te koken, filtreert, en vindt, dat zich afzet het kleurlooze dubbelzout 2 Ag N03 . Ag I. Behalve reeds bij anderen genoemde eigenschappen, vermeldt hij nog, dat dit zout zeer \\ einig gevoelig voor licht is. Het oplossen van Ag I, zoowel in een vloeistof die 120 gr. Ag NO3 p. L. bevat, als in eene met 12 gr., schijnt hem gelijk te zijn voor het vormen van de verbinding 2:1, maar blijkbaai heeft hij voor analyse alleen producten genomen van gecontreerde oplossingen, die nog niet met Ag 1 verzadigd worden. Van de proeven der voorgaande onderzoekers wist hij niets af.

Sluiten