Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl dit door toevoeging van zóó weinig water, dat het nog een heldere vloeistof blijft, tot (55° verlaagd wordt. Dit is dus evenmin als bij Retgers, een eutecticum van Ag NO3 en Ag I.

De laatste, die zich nog met een dubbelzout bezig gehouden heeft, is Fanto (Monatsh. f. Chem. 1903. 24 p. 477).

Hij wil de reactie nagaan, die zich afspeelt bij de methoxylbepaling volgens Zeisel, waarbij behalve Ag I een dubbelzout ontstaat (Monatsh. f. Chem. 1885 p. 9S9). Daartoe leidt hij CO^-gas, dat met CH3 I beladen is, in een overmaat van alkoholische Ag N03-oplossing. Het zout 2 : 1 slaat neer, dat in drogen toestand ongevoelig is voor licht, maar niet in vochtige lucht. Bij verwarming kleurt het zich donker en gaat bij 11S°—119° over in een bruine, heldere vloeistof.

Uit het voorgaande ziet men dus, dat van de componenten de smelt- en overgangspunten bekend zijn, en verder van hun mengsels alleen opgaven over de dubbelzouten bestaan, behalve nog een paar smeltpunten van de 3 stoffen met H.2O als derde component.

In de volgende bladzijden zal ik gelegenheid hebben op enkele punten terug te komen.

Sluiten