Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat eerst ruw waargenomen was, wanneer de eerste vaste stof zich afzette en omgekeerd het laatste vast verdween, werd het temperatuurverschil van het buitenbad bij afkoeling en verwarming van het onderzochte mengsel steeds kleiner genomen, wat hier natuurlijk moet, omdat nu tijdens het stollen of smelten de temperatuur niet

constant blijft.

Vooral was hier van gewicht voortdurend en vlug roeren, daar ik er zoo alleen zeker van kon zijn, dat het evenwicht van phasen bij elke temperatuur zoo na mogelijk was verkregen en dit had dan van zelf tengevolge, dat het temperatuurverschil der waarnemingen klein werd. Ten slotte werd het gemiddelde genomen van de dichtst

bij elkaar gelegen waarden.

Als voorbeeld laat ik hier volgen de na elkaar gevonden temperaturen bij 't mengsel met 6.5 mol. proc. Ag I.

Verdwijnen van het laatste vast: 195.9° 195.7° 195.7° 195.6° 195.5°

Komen van het eerste vast: 195.2° 195.1° 195.2° 195.1° 195.3°

Gemiddeld geeft dit 195.4°, of gecorrigeerd 195.9°. De volgende uitkomsten zijn langs dezen weg verkregen:

Gemiddelde van eindsmeltpunt

Mol. proc. Ag I. en beginstolpunt.

0 209.5°

2.4 205.6°

37 202.5°

6^5 195.9°

10.1 185.3°

13.9 171-5°

Worden deze gegevens om hun verband in een temperatuurconcentratie-diagram vereenigd, dan krijgen we den tak AB van fig. 1 (achterin), een continue kromme,

Sluiten