Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die het begin der smeltpuntsverlaging van Ag N03 ]) door Ag I aangeeft.

Bij hooger gehalte aan Ag I bleek de bepaling van punten der smeltlijn niet meer zoo te kunnen geschieden, daar nu toenemende afwijking gevonden werd in de uitkomsten bij stijgende of dalende temperatuur.

De onderstaande getallen geven dan ook alleen eindsmeltpunten aan; er is voor gezorgd, dat de thermometer in het buitenbad maar weinig hooger dan die in het zoutmengsel wees.

Mol. proc. Ag I. Eindsmeltpunt.

17.2 155.4°

20 144.5°

22.05 131.1°

25 117.8°

Het lste van deze 4 mengsels vertoonde nog maar weinig afwijkende uitkomst voor het beginstolpunt; vertraging; trad duidelijk in de 2 volgende mengsels op

O ö J ,

en was inzonderheid in het laatste sterk. Er zette zich dan ineens veel vast af. Bij de percentages 20 en 22.65 was opmerkelijk, dat eerst enkele goed te onderscheiden groote kristalblaadjes zich vormden met een ruitvorm als jodiumkristallen. Ze ontstonden langzaam en ± 5° beneden de bovenstaande temperatuur; 1 a 2 graden lager kwam er dan plotseling een massa fijne kristalletjes bij, zoodat de vloeistof ondoorzichtig werd en de temperatuur iets opliep. Bij het opsmelten verdwenen ook de fijne weer spoedig, maar de groote eerst in een traject van enkele graden.

Men zou dit laatste wellicht kunnen toeschrijven aan de grootte der kristallen tegenover de andere soort.

!) Zie Hoofdstuk IV, A.

Sluiten