Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alleen het voordeel, dat het glas na het breken spoedig uitgezocht was, daar het nu weinig versplinterde, maar bovendien bewees dit goede diensten bij het afbreken der proeven.

In het begin overkwam het mij meermalen, dat een buisje met een pas gemaakt, of nog onvolledig op zijn smeltpunt onderzocht mengsel, na afkoeling in den exsiccator weggezet, den volgenden dag gebarsten was door de contractie van het zoutklompje. Dit hinderde juist bij de bepalingen in Hoofdstuk II beschreven, want door het overdoen der stof in een nieuw buisje kwamen er nu zoo gemakkelijk glasscherfjes tusschen, die het verdwijnen van de laatste vaste stof onzeker maakten en de bereiding van een nieuw mengsel ook daarom noodzakelijk, dat door verlies van stof de samenstelling van het overschietende niet meer de oorspronkelijke behoefde te zijn.

A. Het eutecticum van Ag NO^ en het dubbelzont 2 Ag NOz. Ag I.

In alle mengsels is het eutecticum natuurlijk niet even duidelijk aantoonbaar geweest. Bij de mengsels met 2.4 en 3.7 % kon het niet dan onscherp blijken uit een vertraging in den gang van den thermometer bij regelmatige stijging van de temperatuur in het buitenbad. Wel was daar iets van het smelten zichtbaar, want de mengsels kregen in het begin van de verwarming een zeer zwak rose tint (door spoortje organische stof waarschijnlijk) en die tint veranderde in den omtrek van 115°, zoodat dit op het smelten van een klein gedeelte van het zout geleek en het gepoederde zout daarbij ook wat samenpakte. Bij de mengsels met hooger gehalte aan Ag I werd het steeds duidelijker waarneembaar, zoowel doordat er steeds meer vloeistof ontstond,

Sluiten