Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

en in elk geval zijn verschillende mengsels, aldus in 't zelfde traject onderzocht, uitstekend met elkaar te vergelijken, o.a. in graphische voorstellingen, die het verband van tijd en temperatuur aangeven 1).

Bij het thermisch onderzoek naar de omzettingen in de vaste stof bleek wederom, dat veel nauwkeuriger en regelmatiger uitkomsten verkregen werden bij opvoering dan bij daling der temperatuur. Het eerste is dus bij dit onderzoek — evenals vroeger bij de smeltverschijnselen — steeds geschied.

De dubbelzouten zijn van af kamertemperatuur tot bij hun smeltpunt afzonderlijk onderzocht, doch daarbij is geen aanwijzing gevonden, dat ze in dit traject een overgangspunt bezitten.

Hieruit volgt dus, dat de mengsels, wier samenstelling ligt tusschen die der dubbelzouten met resp. 33.33 en 50 % Ag I, beneden hun eutecticum bij 109° bestaan uit een conglomeraat van deze zouten, dat niet verandert.

De behandeling der twee gebieden, die beide aanvangen bij de zuivere componenten, blijft dus nog over.

A. Omzetting in de vaste stoj aan den kant van het Ag MO3.

Toen bij het begin van het onderzoek enkele mengsels met gering Ag I-gehalte na de bepaling van hun eindsmeltpunt onderzocht werden op hun verder gedrag bij lagere temperatuur, was het juist hier, dat voor het eerst bleek, dat bij dalende temperatuur de uitkomsten, of onzeker waren, of zelfs in 't g-eheel creen resultaat ver-

O D

kregen werd.

Daalde de temperatuur van het mengsel met 2.4 o/0 AgI bijv. van 200° af, dan werd pas in de buurt van

!) Zie dit hoofdstuk onder B.

te

Sluiten