is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoekingen over het stelsel zilvernitraat en zilverjodide

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

temperatuursverandering wellicht door vertraging in den omslae der mengsels niet aan het licht gekomen was;

o O

in elk geval blijkt dan reeds, dat er eer sprake van verlaging dan van verhooging der overgangstemperatuur zou moeten zijn, daar we niet merkbaar boven 159° gekomen zijn.

Om hier zekerheid van te verkrijgen is inzonderheid nog het mengsel met 0.5% herhaaldelijk in proef genomen.

Vooreerst is gebleken, dat door eenige keeren te verwarmen van af kamertemperatuur met kleine verschillen (ongeveer 0.4° hooger) steeds weer hetzelfde voor den dag kwam.

Ten einde het normale karakter dezer temperatuur nog beter vast te stellen, werd een verhit mengsel van 0.5 o/„ niet verder afgekoeld dan 150°, hierop 1/2 uur gelaten en daarna weer verhoogd en eveneens weer bijna hetzelfde gevonden. Dezelfde operatie herhaald, maar 2 uren op 150°, gaf opnieuw geen noemenswaard verschil in hoogte van overgangstemperatuur. Toen dit gebleken was is hetzelfde mengsel na afkoeling nog eens 2 uren op + 150° gehouden, daarna vlug in een bad van 100° gebracht en stijgende onderzocht met weer hetzelfde resultaat!).

Uit deze gegevens blijkt dus met zekerheid, dat het overgangspunt van 0.5 % boven 150° en boven 156° ligt en dat de groote constantheid, waarmede telkens bijna hetzelfde gevonden werd, wel bewijst, dat de uitkomsten zeer na aan de juiste overgangstemperatuur komen en dat deze dus als gelijk met die van zuiver Ag NO3 kan beschouwd worden.

Indien snel het mengsel eenige malen tusschen 2 baden van 150° en 170° gewisseld werd, verkreeg ik weinig sprekende uitkomsten, zoodat hierdoor nog eens bevestigd werd, dat bij dalende temperatuur groote vertraging optrad.