Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Omzettingen in den vasten toestand aan den kant van het Ag I.

Gelijk uit hoofdstuk II C gebleken is, bestaat de smeltlijn boven 58.o % ujt de 3 stukken G H, H I en I K i). Over de vaste phasen, die daarbij behooren, hebben we ons nog met uitgelaten. De zekerheid daaromtrent kan namelijk pas verkregen worden na behandeling der verschillende overgangen in den vasten toestand, die inde mengsels van 50-100 o/0 Ag I blijken op te treden en die we nu, mede in verband met de 3 genoemde smeltlijnen gaan bespreken.

Allereerst herinneren wij er aan, dat in het eutectische punt G bij 105.5° en ± 58.5 0/Q Ag I een stolling plaats vindt tot twee phasen, waarvan de eene het dubbelzout Ag N03 . Ag I is, dat we voortaan door Dj zullen voorstellen De andere vaste phase kan bij benadering afgeleid worden uit de bepaling van het hoogste gehalte aan Ag I, waarin nog het eutectisch punt van 105 5° optreedt. In hoofdstuk III C is reeds vermeld, dat het thermisch effect, bij opwarmen tot deze temperatuur natuurlijk het grootst is bij ± 58.5 0/0> naar hooger gehalte afneemt, bij 80 0/Q n0g even merkbaar, bij 82.5 0/0 njet meer merkbaar is. Later te vermelden microscopische waarnemingen waren hiermede in overeenstemming. Evenwel is de mogelijkheid niet uitgesloten, dat de samenstelling der tweede vaste phase, welke beneden het eutectisch punt optreedt, bij een Ag I-gehalte ligt, dat nog iets grooter is, omdat het wegsmelten van eïn uiterst kleine hoeveelheid eutecticum zoomin microscopisch als thermisch aantoonbaar zal zijn.

Indien wij dus aannemen, dat de tweede phase de samenstelling Ag N03 . 5 Ag I heeft of 83.33 % Ag I, dan

De letters hebben telkens betrekking op fig. 1.

Sluiten