Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij verdere afkoeling stuiten wij nu bij ongeveer 116° op een nieuwen overgang, welke in de smeltlijn zich reeds aangekondigd heeft door den knik bij H. Daar de nu hier aansluitende smeltlijn H G zich uitstrekt tot aan het reeds besproken eutecticum G en boven waarschijnlijk gemaakt werd, dat de hierbij behoorende vaste phase het dubbelzout D5 is (83.33 % Ag. I), zoo moet de op H Hj optredende nieuwe vaste phase Ds zijn. De lijn OH] is daarom zoo getrokken, dat ze bij llö° in deze concentratie eindigt.

De omzetting bij 11G° is dus een omzetting van mengkristallen M2 in D5; deze omzetting gaat met belangrijke warmteontwikkeling gepaard, die van H tot Hj toeneemt. Uit de verhittingslijnen blijkt zeer duidelijk, dat deze toenam van (50.06 tot 85.5 °/0 en voor deze concentraties blijft ook de temperatuur vrij scherp bij 116°; reeds bij 62% is, hoewel dat mengsel bij 110° voor het grootste deel vloeibaar is, de omslag merkbaar.

Bij 85 en hoogere percentages gaat daarentegen de omslag weer afnemen en wordt bij 90 % en hooger ook over grooter interval van temperatuur verdeeld en bovendien verlaagd. Zulk een gang van zaken zou geheel strooken met de afzetting van D5 uit mengkristallen met toenemend Ag I-gehalte, welke bij deze hoogere percentages boven 116° bestaan. Het sfebied der meno-kristallen

O O O

zou dus van af Hj door een eerst langzaam en daarna sterk dalende lijn Hj P.2 gescheiden zijn van het gebied D3 + M2 beneden die lijn ; In deze concentraties vindt geen verdere omslag plaats, vóórdat de temperatuur tot + 90° gedaald is. Hoever de lijn Hj P2 naar de Ag I-as doorloopt, is niet met zekerheid te zeggen en fig. 1 is slechts schematisch. In elk geval reikt zij verder dan 95 %, daar voor deze samenstelling de omzetting nog tusschen 108° en 112° duidelijk voor den dag kwam.

Sluiten