Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aandacht moet nog gevestigd op de bijzonderheid, dat wij de beide lijnen HH] en HjPg juist bij de samenstelling van D5 laten samenkomen. Hierbij is dus aangenomen, dat de omslag van mengkristallen Mo in D5 juist bij de samenstelling van D5 aansluit aan de grenslijn OH] der mengkristallen, die naast vloeistof bestaan. In het algemeen zal dit wel een weinig rechts of links daarvan geschieden, daar echter de proeven dit niet beslisten, heb ik deze kwestie in het midden gelaten door juist D5 te kiezen.

Nog zij er op gewezen, dat de omslag van mengkristallen in een verbinding, zooals we hier aangenomen hebben, door Adriani reeds gevonden is bij 1. en d. kamferoxim, door Heycock en Neville bij Cu -f Sn en door Steger bij Hg I2 en Ag I.

Beneden 116° ontmoeten wij in de mengsels beneden 83.33 o/Q het eutecticum, dat reeds vroeger besproken is. De lijn daarvan strekt zich dus uit van 50—83.33%; het maximum van het warmte effect valt bij ± 58.5 % (samenstelling van het eutecticum) en sterft ter weerszijden uit naar 50 en 83.33 %. Beneden 105.5° zijn nu ook al de mengsels tusschen deze percentages vast, en bestaan uit een conglomeraat van Dx en D;.

Bij voortgezette afkoeling treffen we bij 90 a 97° weder een nieuwen omslag aan en nu in het pas besproken conglomeraat. Bij 52 % is deze reeds waarneembaar, neemt bij hooger percentage toe en bereikt bij 66.66 % een maximum. Boven dit percentage splitst de omslag zich in tweëen, waarvan de bovenste ± 97° blijft en uitsterft even voorbij 80 %. De meest plausibele aanname is dus, dat dit een omzetting voorstelt van Dj + D5 bij afkoeling in een nieuwe phase van de samenstelling 66.66 o/0 m. a. w. in een nieuw dubbelzout Ag N03 . 2 Ag I, dat we zullen aanduiden door Do; boven 66.66% blijft daar-

Sluiten