Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zout van geel wit, lost ten deele op en door verwarmen, nog meer. Ook van een mengsel der zouten lost in pyridine veel op bij koken, terwijl zich bij afkoeling een witte stof afzette. Ik loste 0.556 gr. Ag I en 0.180 gr. AgN03 (2 mol. Ag I op 1 mol. Ag N03) in een driemaal zoo groot volumen pyridine op. Daaruit werd verkregen 0.583 gr. zout, dat vlug opeen tegel gedroogd werd; het was nog egaal wit, doch werd, waar het in dunne laag verspreid was, geel van kleur, doordat het pyridine bevatte en die in de lucht afstond; in gesloten vat werd het dan ook gewogen. Het zout werd nu een poos op 140° verwarmd en de pyridinedamp weggezogen, tot de stof er niet meer naar rook. Het gele residu woog thans 0.433 gr. en het witte zout bevatte dus 0.150 gr. pyridine.

Het residu werd met water behandeld en op een gewogen, droog filter de vaste stof weer verzameld, ze woog na drogen 0.424 gr. en dit was enkel Ag I, daar het fikraat met Na Cl-oplossing geen neerslag gaf.

Dus het witte zout was een verbinding van Ag I met pyridine en wel 1:1. Het ontstaan van deze verbinding zonder eenig gehalte aan Ag N"Og, sloot dus ook verdei onderzoek in deze richting uit.

Ten slotte zij vermeld, dat ik ook nog met een petroleumfractie, die tusschen 300° en 305 overdistilleert, bij het mengsel met 80 0/0 geprobeerd heb, iets te vinden langs dilatometrischen weg.

Van dit mengsel is ruim 17 gr. in poedervorm met genoemde vloeistof in den dilatometer gebracht. Hij stond in een bad, dat regelmatig in temperatuur steeg en om de minuut werd het volumen genoteerd. Daarbij bleek, dat in den omtrek van 92° dit volumen sterker dan van te voren toenam, daarboven langzaam veranderde en in de buurt van 105° vooral, aanmerkelijk grooter

Sluiten