Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die der stroom wisseling verschillend wordt gemaakt, zoodat zij moeilijker i» 'le frequentie van deze laatste, die haar opgedrongen wordt, meetrilt. De intensiteit van hare trilling wordt verminderd juist 'doordat zij haar toonshoogte niet kan veranderen. Bij deze inrichting van de proef geldt dus niet de aanmerking door L. H e r m a 11 n er op gemaakt, dat behalve de phasebetrekking ook de toonshoogte veranderd wordt. De vcreischte ontstemming van den eujentoon der vork geschiedt door opkleven van een stukje was Wordt op deze manier de sterkte gaandeweg van haar maximum op nul gebracht, dan verschuift de phase allengs een kwart periode. Deze phaseverandering kan direct worden waargenomen door middel van Lissajous' vibratiemicroscoop.

Ook bij deze proeven kon Helmholtz geene verandering \an het timbre waarnemen, ten minste niet zoon groote, dat zij na een paar secunden, die de verandering van den toestel eischt, nog herkend kon worden, en in elk geval niet eene zoodanige, als den eeuen klinker van den anderen onderscheidt.

XVII.

Voor dat wij nu verder gaan, moet ik even uitweiden over de wijze, waarop men mathematisch de phasebetrekking der deeltonen voorstelt. Wij hebben boven gezien, hoe wij de sinus-trilling voorstelden in den vorm

t

'J — -1 sin 2 rr — .

Is de sedert het beginpunt der beschouwing veiloopen tjjd t— T, zoo is ééne heen-en-weerbeweging van het trillende deeltje volbracht, na den tijd t = 2 7', twee heen-en-weerbewegingen, enz. Voort = 0,

1 r 7' et,c. is de sinus = 0 en dus ook de uitwijking y = 0.

2

yoor f = j7', is de sinus = 1 en y=A, euz. Wij verdeelen dus

als 't ware den tijd t in stukjes = 7 ; in elk van deze tijdsdeeltjes wisselt de grootte van de uitwijking evenredig aan de waarde van den sinus. Tevens ligt in de bovenstaande formule opgesloten, dat bij het beginpunt der beschouwing (/ = 0) de uitwijking gelijk nul

Sluiten