Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan di- zooeven bedoelde plaatsverandering, dan zal ik gemakkelijk kunnen zien, dat het punt aldoor van standplaats wisselt, en periodiek naar de uitgangsplek terugkeert. In het eerste geval moest ik twee indrukken, die in den tijd niet onmiddellijk aan elkaar grenzen, als op zich zelfstaande dingen beoordeelen, terwjjl de groote donkere wand mij geene gelegenheid bood, daartoe voldoende aanknoopingspunten te vinden. In het tweede geval daarentegen verschafte elke voorgaande plaatstoestand van het punt mij een gretig benuttigd aanknoopingspunt ter beoordeeling van zijne plaats in een volgend tijdstip. Zoo zou het ook kunnen zijn, dat kleine verschillen in den aard van een klank, wanneer deze als ding op zich zelf twee keer met een kleine tijdstusschenruimte werd aangegeven, voor het oordeel verloren gingen, terwijl zij wel opgemerkt konden worden, wanneer de klankaard cyclisch veranderde en dus telkens tot haar begintoestand terugkeerde. Hij de gemakkelijker beoordeeling van de"e cyclische verandering voegt zich de meermalige herhaling dezer wisseling als een bijzonder moment ter verlichting en ter

preciseering van ons oordeel.

Hieruit nu besluit ik, dat ik de meeste kans zal hebben, een invloed van de phasebetrekking op den klankaard te vinden, wanneer ik er in slaag, de phasebetrekking cyclische veranderingen te doen ondergaan, die door hare periodieke herhaling cumulatief op mijn bewustzijn trachten in te werken, üe rhythmus dezer periodische verandering moet van die orde zijn, dat het bewustzijn haar gemakkelijk waarneemt; dus van zoo ongeveer één per secunde.

XXVIII.

Welnu, de gewenschte cyclische beweging van de phasebetrekking

breng ik tot stand door afwijkingen in de wiskundig juiste stemming

van "de deeltonen van den klank te bewerkstelligen. Daardoor ontstaan dikwijls zoogenaamde zwevingen. Zwevingen zijn periodieke veranderingen van de sterkte of den aard of van sterkte en aard van een klank, die een apperceptibelen rhythmus hebben en hun ontstaan danken aan een bijzondere betrekking, die tusschen de trillingsgetallen der zelf met constante sterkte klinkende deeltonen bestaat. Als bijzaak kunnen bij de zwevingen geringe wisselingen van de tooiishoogte der deeltonen optreden. Het eerst opgemerkt

Sluiten