Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardig resultaat, dat met de ervaring in flagranten strijd is. Immers met de sirene kunnen wij gemakkelijk bewijzen; dat het L

aantal zwevingen niet -, maar Z_ bedraagt, en dit is juist des te

duidelijker waar te nemen, naarmate de intensiteiten der twee tonen meer aan elkaar gelijk zijn.

Merkwaardiger evenwel is, dat Bosanquet1) zegt, dat deze

. L

zwevingen van de frequentie - per secunde inderdaad door ons oor

worden gehoord Men kan tocli bijna niet aannemen, dat Ho sa 11q u e t, alleen uit de wiskundige formule en liet hooreu van zwevingen zou afgeleid hebben dat de rbythmus dezer zwevingen

. ' L

inderdaad ■ was, zonder de waarheid dezer aanname op andere

en ondubbelzinnige wijze experimenteel te controleeren.

Beweer ik 1111, dat B o s a n quet de zwevingen niet in den L

rbythmus — kan gehoord hebben, maar dat de rhythmus, zooals

steeds door iedereen aangenomen wordt, L, d. i. gelijk aan liet verschil van de trillingsgetallen der twee tonen is, dan rust op mij de verplichting, de fout in de wiskundige berekening van den

1 , L

rhythmus - aan te toonen.

XXXII.

Wjj kunnen tegen de formule (8):

2 ,1 dn 2 * t (n + ~ j -f L co,• 2 jr + jQ

niets inbrengen en haar afleiding zoowel als haar innerlijke beteekenis zijn veel eenvoudiger dan die van de formule (4):

C sin (2 -T Xt -f- t),

gevonden voor het geval, dat de amplitudes der oorspronkelijke tonen ongelijk zijn.

*) 1'hil. Maj^. XI blz. 420.

Sluiten