Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZÏ I 4-4' 1

1 p

— ' 2 A'

4 L L

2 p ; ~ T~

*- O

4 L L _

1 9 ,1»

4A A 1 [

— — I 4 A*

L L

Inderdaad krijgt dus de intensiteit telkens na eene secnnde(voor Z- — 1) dezelfde waarden terug en wordt zij eenmaal per seciindc

L

gelijk nul. Dit stemt dus weer overeen, niet met > , maar wel met L zwevingen ]>er secunde

XXXIV.

Afgezien van het aantal der zwevingen, moet ik nadruk leggen oji het volgende, dat uit het bovenstaande blijkt:

Is een klank uit twee tonen opgebouwd, die slechts weinig in hoogte verschillen, zoo nemen wij niet de twee aan de enkelvoudige sinustrillingen beantwoordende tonen waar, waaruit naar K o u r i e r 's analyse de klank bestaat, d.w.z. Ohm'» regel gaat in dit geval niet door; hij stuit op eene grens, wanneer men twee tonen met steeds kleiner hoogteverschil tegelijk laat klinken. <iaat men van twee tonen van gelijke hoogte uit en laat men het hoogteverschil geleidelijk toenemen, dan komt men aan eene grens, waarbij men in plaats van één toon, twee aparte tonen begint te hooren. Men houdt dan daarbij den indruk, dat de intensiteit steeds periodiek wisselt, maar de zweving wordt zoo snel. dat zij in een snorren overgaat. Wijken de toonshoogten nog verder uit elkaar, dan gaat ook de gewaarwording van snorren verloren, en neemt men eenvoudig

Sluiten