Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor, terwijl l> op — , r oj) , tl op deel van deze superpo4 2 4

sitiecurve ligt.

Men ziet dns ook uit de teekening duidelijk, dat door een bepaald aanvangs-phaseverschil geene karaktereigenschap der curve gegeven is:

Men hmt niet spreken roti een tireell'ank titel een bepaald phasererHchil der tonen.

Hieruit volgt 1111 weer, dat het geen invloed op den klankaard van den tweeklank kan hebben, als onder invloed van ontstemming van een der tonen eene verandering of' wisseling van de waarde van het aanvangs-phaseverschil zou ontstaan.

XXXVIII.

Richt men nu zijn blik nog eens op Fig. 4, dan merkt men op, dat toch de phasebetrekking, de phasetoestand, die in het punt a bestaat, op geen ander punt van de heele superpositiecurve te vinden is, dat op geene andere plek van die curve de twee en-

. 1 .

kelvoudige tonen beide in de phase verkeeren. üok is er geen

4

plek te vinden, waar beide tegelijk de phase nul hebben. Men kan dus wel degelijk de enkelvoudige curven anders ten opzichte van elkaar plaatsen, zoodat eene andere superpositie-curve ontstaat. Ook kan dat op oneindig veel verschillende wijzen plaats hebben, want men kan evengoed den beiden enkelvoudigen tonen de aauvangs-

nhasen nul, als b.v. geven.

I 17

Hieruit volgt dus, dat de curve wel degelijk iets karakteristieks heeft, maar ilat dit niet dooi het aanraiitis-p/iaseiirerscliil, mnar wél iloor de waarden tier hccetle aanroiit/xp/iasen tiet/eren is.

Dit gezegd zijnde, kunnen wij opnieuw vragen, welken invloed wellicht ontstemming van een der tonen op hunne phasenbetrekking hebben kan ?

XXXIX.

Is de laagste toon tot een bedrag -j- L trillingen ontstemd, zoo wordt de resulteerende beweging :

Sluiten