Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,r a

- — k l*

niet negatief wordt. (Bijvoorbeeld: Ziju de tonen 500 en 900,

7

zoodat. i/ = 100. ft — ö, li — 0 en a — 4, dan heeft op — van de superpositie-curve de hoogste toon 7 trillingen, de laagste

7 35 63 35 28

— y 5 — — trilliiu' volbracht, en heeft deze laatste yr

9 9 9 " •

trilling minder volbracht dan de hoogste toon. Hij is dus bij dezen

— minus 3 heele trillingen — — trilling in de phase ten achter). 9 9

x a ook te schrijven in den vorm — is altijd een

C*

positieve echte breuk - Daar te en J geen gemeenschappelijken

ft

factor hebben, hebben a en ti er ook geen. Hieruit volgt, daar .v,

k en /i alle drie geheele positieve getallen zijn, dat 1 alle waarden

P

1 2 ji—1

0 , — , — enz. tot

P P 0

aanneemt, alleen niet altijd (n.1. niet, wanneer niet a = 1) in deze volgorde. De genoemde waarden noem ik den phaxe-reM in de daaraan beantwoordende punten der superpositie-curve. De phaseresten zijn dus het gedeelte eener geheele trilling, dat de toon iel op de punten

12 — 1

0 , — , — enz. tot

ft P P

der superpositie-curve bij den toon <\ ten achter is.

Om nu den oorspronkelijken phasentoestand te herstellen moet de ontstemde toon op een dezer punten het bedrag van den phase-

1 2

rest inhalen. Dit kan alleen op de genoemde plaatsen • , e"*-

,> i1

der superpositie-curve gebeuren, wijl slechts op deze punten de

Sluiten