Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet ontstemde toon ,1d zijne oorspronkelijke phase heeft. De bovengenoemde reeks der phasenresten

1 2

0, —, — enz.

? ï

kan dê ontstemde toon inhalen in

0 (of ' \ enz. tot ' - secunde,

^ LjpL\lL JL

daar hij in eene secunde L trillingen, en dus — trilling in

P P"

secunde te veel maakt.

De oorspronkelijke phasetoestand, waarbij beide tonen weer

1

dezelfde phase als bij aanvang (t o) hebben, treedt dus in

secunde (d. i. de tijd, waarin de ontstemde toon eene lieele trilling te veel maakt). £ maal, en dus per secunde L maal in.

Op dezelfde manier kan men bewijzen, dat bij ontstemming van den hoogsten toon ,i <1 tot een bedrag van Z_ trillingen, (t L„ maal de aanvankelijke phasentoestand geboren wordt.

XL.

Uit het bovenstaande volgt dus deze regel:

IVanncer i'cui (k twee tonen van een tweeklank de eene een weinig ontstemd i#, zoo tieedt dezelfde p/iasentoestand en du* ook dezelfde superpositie-curoe zóóveel malen /ter secunde op, al* het product aangeeft van het eenvoudigste verhoud ingsgatal eau den zuiveren toon en het aantal trillingen, dat de ontstemming van den onzuivereu toon bedraagt.

Hierbij moet onder phasentoestand niet phaseverschil, maai wel een bepaald stel waarden van de phasen der twee tonen verstaan worden.

Nu wij dus wiskundig de/.e wisseling van den phasentoestand bij den tweeklank hebben gevonden, moeten wij vragen:

kunnen wij ook proefondervindelijk eene wisseling van den aard

Sluiten