is toegevoegd aan je favorieten.

Over phasen, zwevingen en klankaard

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den tweeklank vaststellen, die aan die wisseling van den phasentoestand toegeschreven kan woiden?

Zou dat zoo zijn, dan zou die wisseling van den klankaard in de eerste plaats dezelfde frequentie moeten hebben als de bedoelde

wisseling van den phasentoestand.

Welnu, reeds lang bekend zijn de zwevingen, die ontstemde tweeklanken geven. Deze zwevingen hebben inderdaad de verlangde frequentie.

XLI.

Reeds in 1 B.iO gaf Oliiu1) een regel voor de frequentie dezer zwevingen:

Zwei Töne m und «, die sich in ihrem Verhiiltnisse sehr m»: u1 nahem, wiihrend die Zahlen ,/t' und «' sehr klein sind im Vergleich zu jenen, auf die man stösst, wenn man das Verhaltniss m: u 111 seinen kleinsten Zahlen ausdriickt, bringeu

m ii1 — m1 ii

Stösse in der Zeiteinheit hervor.

Hier zijn dus in en n de twee tonen, die beide als een weinig ontstemd worden beschouwd, terwijl »(' : «' de eenvoudigste verhouding der tonen van den zuiveren tweeklank zijn.

Beschouwen wij, zooals altijd mooglijk is, m als zuiver, zoo

bedraagt de ontstemming van //

n[ m

L r - >'

m

en het aantal zwevingen volgens onzen regel voor de wisseling van den phasentoestand:

/ nm \

— m li' — in'ii.

't geen met O h m's regel overeenstemt.

Zetten wij voor m en n

in tl — L. en nd — L!

') rug^euduiff b Auualen lid. 47. S. 4G.">.