Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten ter hulp nemen en bovendien nog de zwevingen beschouwen als zwevingen van een combinatie-toon van de primairtonen ((/ /j) en een combinatie-toon van twee boventonen

(4 X 4 d— 3 X d—£*) — d + 3 Zij-

Deze verklaring zou al /.eer gedwongen zijn en moet beslist van de hand gewezen worden, wijl uit niets blijkt dat de toon 4 X 4 <1 werkelijk in de klankmassa voorhanden is en nog veel minder, dat hij in voldoende sterkte zou voorhanden zijn, om met den toon H X5 </ een combinatie-toon van voldoende sterkte te vormen.

Men kan echter nog minder eenvoudige tweeklanken nemen, b.v. 6:7. Twee Appunn'sche stemvorken

000 (= t> <l) r>i 700 — L (= 7 d — L) geven tiA zwevingen, die gelokaliseerd zijn vooral op den combinatie-toon 300; minder duidelijk ook op den combinatie-toon (100 = r/). Deze zwevingen zijn zeer moeilijk te liooreu en nog moeilijker is het dikwijls te zeggen, welke tonen het sterkst aan de intensiteitswisseling onderhevig zijn. Dat hier <300 de duidelijkst zwevende toon is, kan men het zekerst vaststellen door de tonen (iOO en 900 ter vergelijking aan te slaan. Deze geven zeer duidelijk en voor den geoefende zeker en gemakkelijk waar te nemen den combinatie-toon «300. Men herkent dan dezen toon met zekerheid als den zwevenden toon bij den tweeklank (300: (700 A).

Van boventoonzwevingen in denzelfden zin als op het harmonium, dus b.v. bij den tweeklank ü </: 7 d van den toon 42 d, is bij al deze proeven met resonantie-stemvorken in 't geheel geen sprake.

XLV.

Uit het bovenstaande moeten wij dus de conclusie trekken, dat 1". de tweeklankzwevingen bij de proeven met resonatie-stemvorken niet kunnen beschouwd worden als boventoonzwevingen en dat 2°. de verklaring uit combinatie-tonen, door boventonen gevormd, gedwongen en onwaarschijnlijk is.ln tegenstelling met wat sommigen') meenen, verklaart Helmholtz dan ook de bedoelde zwevingen van tweeklanken uit mikelcoudiije timen ojnjeboutcd niet op eene dezer twee manieren. Hij zegt ')

') Bv. L. II er in a 1111.

Tonempf. 5te Ausg. S. 65y.

Sluiten