Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III y = cos .<• -|- ^ <w ('2 .?■ -|- 180°)

IV y — cos x + | cos (2 x + 270°),

rlasir zal men zeggen, dat hier toc-li vier verschillende curven door vier bepaalde plmseverschillen getypeerd zijn. Men dient echter op te merken, dat in die vier curven de eerste term telkens dezelfde aanvangsphase (nul) heeft en dus in verhand hiermee de vier [)hasever.«c//«7/c/i ook vier bepaalde waarden van de aanvangsphasen der twee tonen aangegeven. De genoemde curven kunnen evengoed alle vier met een gelijk aanvangsphasen verschil nul aangeduid worden. Verplaatst men namelijk het aanvangstijdstip zoover langs de

abseis, dat in curve II ./ wordt .r "1 curve III .r — rr. in

curve IV x— dan krijgen we de volgende uitdrukkingen:

1

1 // = ros x -f- — cos 2 x

1 ■ «

II y — sni x -|—— sin 2 x

4

1

III )/ = — cos x cos 2 x

4 1

IV ?/ r= — sni x sin 2 x

4

Als sinnstrillingen beschouwd hebben dus in

I beide tonen de aanvangsphase

II » » » » 0 III» » » » s/4 IV » » » » >

|)e vier curven zijn inderdaad gekarakteriseerd door een bepaald stel aanvangsphasen van de twee tonen. Dit zij nog eens gezegd, opdat het verschil tusscheii den oorsprong der tweeklank en dien der drieklankzwevingen volkomen duidelijk worde.

Sluiten