Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

phasentoestand van Pv P, en P, herstel! en dus per secunde q. L maal.

Hetzelfde k»n men b-wijzen voor ,M als |M ontstemd is en y de grootste gemeene deeler van « en y is, - voor ad als ad ontstemd is en g den grootsten genieenen deeler van ,ï en y voorstelt.

LII1.

In woorden kunnen wij dus het boven gevondene aldus uitdrukken : .

Wanneer een der tonen van een drieklank een treint,j ontstemd w,

zoo trmit eellZelfde phasentoestand in den zin run een bepaald stel waarden van de pluuen der drie tonen, zóóveel keer per secunde oP als wordt aangegeven door het Product van den grooUten gemeenen deeler der twee verhoudingsgetallen, die hij de zuivere tonen behooren, en het aantal der trillingen, dat de ontstemming van den onzuiceren toon bedraagt.

LIV.

Hij de tweeklanken konden wij niet spreken van een bepaald phaseaWit'/ der twee tonen, omdat er in alle stadiën van het tijdsverloop in de superpositie-curve een plek aan te wijzen is, waar een zeker willekeurig gekozen phasewWttY der twee tonen bestaat, onverschillig, welke waarde het aanvangspliasenverschil dan ook mocht hebben.

Niet alzoo bij de drieklanken. Zijn op het aauvangstijdstip de phasen der driJ tonen Pi en /»3, zoo hebben de drie phaserersehillen de waarden Pi—P\, P*—Pi en 1h~P 1. terwijl dit stel waarden der phaseverschillen bij andere plaatsing der drie tonen ten opzichte van elkaar 01» de abscis, in geen enkel stadium van het tijdsverloop optreedt. De phaseverschil-toestand wordt geheel bepaald door de twee phaseverschillen /*--/>, en p*—p2. Is een der tonen, b.v. de hoogste, bij welken de aanvangsphast />3 behoort, ontstemd, zoo blijft het phaseverschil Pi—Pl steeds hetzelfde aan liet begin van de superpositie-curve, terwijl de waarde />3— /'j onder den "invloed der ontstemming in het, verloop van den tijd eene langzame cyclysche verandering ondergaat.

Sluiten