Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt, «ijl slechts zelden de twee zuivere tonen een grooter getal dan de eenheid tot grootsten genieenen deeler hebben.

LXI.

Opzettelijk heb ik in de tabel van de gehoorde zwevingen niet anders vermeld dan den rhythmus. De grootste bewijskracht van mijn betoog, dat de wisseling van den klankaard bij de drieklankzweving, aan de wisseling van den phaseverschiltoestand moet toegeschreven worden, ligt juist in de nauwkeurige overeenstemming van den zwevings-rhytbmus met den rhythmus der wisseling van den phas-everschiltoestand bij utlc- proeven. Daarom berust mijn betoog ook niet op subjectieve oordeelvellingen, die moeilijk te controleeren zijn. De genoemde overeenstemming der rhythmi kan ieder die wil met zekerheid vaststellen.

Ik laat dus met opzet achterwege de in Pflüger's Archiv ovi'oven nauwkeurige ontleding van elke zweving. Het resultaat van die ontleding is, dat de zweving, die, zoo te zeggen, voor de penvptu' bestaat in eene wisseling van den klankaard, voor de apperceptie. zich ontbloot als schommeling tusschen maximale en minimale intensiteit van een aantal enkelvoudige tonen, vooral van de combinatie-tonen. Den juisten zwevingsrhythmus van deze laatste vindt men niet, als men de combinatie-tonen der verschillende toontweetallen van den drieklank naast elkaar stelt; dit heb ik bewezen in caput XXXVI van mijne genoemde verhandeling. Integendeel zweven alle combinatietonen, die van intensiteit wisselen, in dien rhvthmus, die door de cyclische verandering van den phaseverschiltoestand van den drieklank bepaald is. Daarbij bevinden zich de intensiteits-maxinia van verschillende combinatie-tonen dikwijls op verschillende punten der zwevings-periode, zoodat zij als elkaar afwisselend gehoord worden. Analyseerde men den klank niet, dan zou dat. tot schijnbare verdubbeling van den zwevingsrhythmus aanleiding kunnen geven.

LXI1.

Ken gewichtig theoretisch resultaat is uit de beschreven proeven at' te leiden. Dit is, dat het niet onverschillig is, met welke onderlinge pliasebetrekking de drie enkelvoudige tonen zich tot den drieklank vereenigen. Ware de regel van O h 111 zonder be-

Sluiten