Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

perking geldig, dan zou bij eiken drieklank, onverschillig welke de phasebetrekkiug is, de analyse van het gehoorde niets kunnen aantoonen in liet bewustzijn dan de drie enkelvoudige tonen, waaruit de drieklank is opgebouwd. Reeds de eenvoudige aanwezigheid van combinatie-tonen is altijd als zoodanig in strijd niet de onbeperkte geldigheid van Ohm's regel, bij lineaire superpositie van de drie sinustrillingen. De aanwezigheid der combinatie-tonen nu verklaart H e 1 m h o 11 z door van de lineaire superpositie af te stappen in verband met de in positieve eu negatieve richting asymmetrische beweging van liet tronimelholte-apparaat. Niet echter speelt bi| deze verklaring1) der combinatie-tonen de phasebetrekkiug der sinustrillingen een rol. Zou men dus aan deze verklaring willen vasthouden, dan zou men toch moeten eischen, dat bij het wisselen der phasebetrekkiug de intensiteit der aanwezige combinatie-tonen steeds dezelfde bleet. Welnu, het tegendeel wordt door nii]ne proeven bewezen.

LX III.

Waar nu echter bij Helm h o 11 z s theorie der combinatie-tonen ook eene grootere amplitude der samenstellende sinustrillingen als grond voor de afwijking van de lineaire superpositie vereischt wordt, daar spreken mijne proeven ook sterk tegen het vervuld zijn van dezen eisch. Ik heb er juist bij mijne proeven steeds dóór op gelet, wat of er te hooren was bij zarht aanslaan van de stemvorken. En juist bij zeer zacht aanslaan zijn meestal de drieklankzwevingen reeds zeer duideljjk waar te nemen, en ook reeds te lokaliseeren op bepaalde combinatie-tonen. In t algemeen hoort men des te lager gelegen combinatie-tonen aan de zweving meedoen, naarmate men harder aanslaat. Toch zou men juist den combinatietoon il. die het laagst gelegen is, als die van de laagste orde, het eerst verwachten. Zoo hoort men b.v. bij den drieklank

5 il—Lx

6 d 7d

reeds bij zeer zacht aanslaan den combinatie-toon 4d zweven. Slaat men slechts weinig sterker aan, zoo hoort men ook 3</ duidelijk en zwevend. Hij langzame zwevingen is waar te neiuen. dat de

') Helm hol tz. Tuiiempf. Heil. XII.

Sluiten