Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit. Yau al deze banen is er nu ééne, waar de geleidingssnelheid op dit oogenblik juist vergroot is en dat is de baan </ p. Stel, dat zij in deze baan in het korte tijdsverloop, dat tusschen de opwekking der voorstellingen p en </ verliep, van 50 op 45 M. gedaald is, dan is toch de baan </ p op dit oogenblik verre bevoorrecht boven alle andere van <j uitgaande banen. I11 al deze wordt door de van y uitgaande prikkels de geleidingssnelheid verhoogd, b.v. van 30 op 5U M. In de baan <j p echter alleen, wordt zij nu van 45 op 75 verhoogd. Wordt 1111 weer na een kort tijdsverloop de voorstelling p opgewekt, zoo is misschien in alle van p uitgaande banen de geleidingssnelheid nog 40 M., alleen in de baan /» </ nog 05 a 70 M. en is dus deze baan verre bevoorrecht boven alle andere van p uitgaande banen. Zoo gaat liet 1111 steeds voort. Hoe vaker de twee voorstellingen afwisselend worden opgewekt' des te meer bevoorrecht wordt de baan p </, des te meer wordt deze een gebaande weg. En ook, hoe sneller de voorstellingen ]> en <1 telkens op elkaar volgen, des te zekerder en sneller wordt de baning bewerkstelligd, daar de voorsprong in geleidingssnelheid dan telkens nog het minst is afgenomen en het grootste nuttig effect bereikt wordt.

Zoo schijnt mij niet alleen de ban'uuj, maar juist ook het eerste beyin der httnvuj eene eenvoudige en rationeele verklaring te kunnen vinden.

XIII.

Het is voorloopig niet bevorderlijk voor de uitbreiding der theorie van het zenuwstelsel, de door Ewald Hering geëischte qualitatiet' verschillende prikkelbaarheid der nerveuze geleidingsbauen aan te nemen, behalve daar, waar anatomische verschillen dier banen ons daartoe nopen.

XIV.

Geen goeden grond heeft Ewald Herin g's vraag :

»\Yie kann die Erregung des einen Nerven uns Licht und Farbe, die des anderen aber Sfiss und Sauer, die des dritten Kalt und Warm zur Empfindung bringen, wenn alle diese Nerver dem Gehirne Erregungen ganz gleicher C^ualitiit zuführen 'i"

Sluiten