Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

heid aan liet vermoeden, dat de weerstand tot nul nadert hoe dichter men bij het absolute nulpunt komt. Sommige theoriën, die over het geleidingsvermogen zijn opgesteld, doen zien, dat er zeer wel eene voorstelling van den electrischen stroom te vormen is, waarbij dit zou plaats vinden.

Maar het is ook denkbaar, dat bij zeer lage temperaturen de lijn, die den weerstand als temperatuursfunctie weergeeft, zich naar boven ombuigt en er dus nabij het absolute nulpunt eene vergrooting van den weerstand plaats vindt. In een magnetisch veld is bij bismuth dit verschijnsel reeds waargenomen. Bij hooge temperatuur is de invloed van het magnetische veld te verwaarloozen en neemt de weerstand af bij het dalen van de temperatuur als bij andere metalen. Bij temperaturen aanzienlijk beneden 0° C. heeft echter het magnetisch veld tot gevolg, dat de weerstand grooter wordt dan zonder het veld en bij voldoend lage temperatuur is deze invloed overwegend, zoodat de weerstand met dalende temperatuur stijgt. In een magnetisch veld vertoont bismuth derhalve een minimum van weerstand. Wordt het magnetisch veld versterkt, dan verplaatst zich het minimum naar hoogere weerstanden en hoogere temperaturen. Eve'neens vertoonen stoffen als graphiet en glas eene toename van weerstand met de temperatuur.

Een dergelijk gedrag zou ook bij metalen zonder mag-

Sluiten