Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij zijne metingen werd een week ijzeren anker afgetrokken van een magneet, waaromheen een draadklos gewonden was. Deze maakte een deel uit van een keten waarin ook de te meten weerstand geplaatst was. De electromotorische kracht, door dit afrukken opgewekt, werd gedurende eenigen tijd constant gerekend. De getallen die de standvastigheid ervan moeten aantoonen, wijzen op afwijkingen, grooter dan 1 %, binnen twee elkander opvolgende bepalingen. Dit geeft zeker aan tot op welk bedrag de uitkomsten, afgescheiden van andere foutenbronnen, te vertrouwen zijn.

De metalen, door Lenz in zijn onderzoek opgenomen, zijn: zilver, koper, ijzer, platina, goud, lood en zink, en verder liet alliage messing. Zijne uitkomsten meent hij voldoende te kunnen samenvatten door de afhankelijkheid van het geleidingsvermogen van de temperatuur door eene tweedegraadsfunctie naar de temperatuur voor te stellen,

^ — ^-« (1 + "t + waai in a negatief /i steeds positief is. De uiterste temperaturen zijn 0° en 200".

Waarnemingen van Müj.ler '). Zijn onderzoek strekt zich uit tot zeer hooge temperaturen. Steeds bleek daarbij de weerstand toe te nemen met stijgende temperatuur. De temperatuursbepaling geschiedt in termen als roodgloeiend enz. Een uitvoerig verslag van deze metingen heb ik niet kunnen vinden.

Waarnemingen van Becquerel i). Zijne methode om den

') Pogg. Ann. Bd. UI TT.

Ann. Bd. LXX of uittreksel. Ann. d. Oh. et d. Ph. S III. T. XVII.

Sluiten