is toegevoegd aan uw favorieten.

De verandering van den galvanischen toestand van zuivere metalen met de temperatuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Temperatuur.

Zilver.

- ; Koper.

Goud.

Zink.

, . kadmium.

Tin.

Lood.

Arsenicum.

Antimoon.

Bismutli.

Volgens de gemiddelde formule.

Grootste afwijking, j

.

IJzer.

li I T II

0° 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 0 100

i I 1

20" 92,74 1(2,62 92,99 92,92 92,98 93,04 92,62 92,56 92,45 93,18 92,80 0,38 90,16

40" 86,26 85,96 86,65 86,50 86,46 86,51 85,96 85,82 85,73 86,83 86,27 0,56 81,38

60» 80,57 80,01 80,98 80,75 80,60 80,59 80,04 79,80 79,84 80,93 80,41 0,61 72,69

80" 75,67 74,80 76,01 75,66 75,35 75,10 74,85 74,50 74,77 75,49 75,23 0,78 67,03

100" 71,56 70,31 71,70 71,23 70,70 70,11 70,39 69,88 70,54 70,51 70,69 1,01 61,52

Ilunne gevolgtrekking uit bovengenoemde uitkomsten is deze, dat bij ;üle metalen in vasten toestand het geleidingsvermogen tusschen 0° en 100° in dezelfde mate verandert.

Toch is deze formuleering wel wat te streng, veeleer geldt deze wet niet dan bij ruwe benadering. Draden van de verschillende metalen, die bij 0° eenzelfde geleidingsvermogen bezitten, zullen bij liet stijgen der temperatuur verschillen met het gemiddelde vertoonen, die bij 100° tot '/7U opklimmen. Deze afwijkingen zijn niet onbeduidend en hut regelmatig stijgen van de afwijkingen met de temperatuur wijst wel op een verschillend gedrag. Bij ijzer, hetwelk later onderzocht werd zijn de afwijkingen grooter dan bij één van de vorige metalen. Zij vonden er voor de formule

l — 100 — 0,51894 t -f 0,0013415 In de laatste kolom van bovenstaande tabel heb ik de