Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die bij 0° eene ribbe van 1 cM. heeft. Hiervoor hebben" ze noodig de doorsnede van de draden en deze wordt gemeten door met behulp van een microscoop de grootte van een beeld van den draad te bepalen. Deze getallen zijn natuurlijk minstens in dezelfde mate onzeker als die van de weerstandsmetingen zelf.

Het beste overzicht over hunne resultaten geeft eene graphische voorstelling, waarbij de platinatemperatuur als abscis, en de weerstanden als ordinaat genomen worden. Uit de figuur volgt, dat bij lood, koper, zilver, goud, thallium en magnesium geene afwijking van eene rechte lijn merkbaar is. De lijnen voor deze metalen komen echter niet alle op hetzelfde punt van de temperatuuras uit. In platinatemperaturen is dus hun weerstand lineair, maar bij de meeste schijnt reeds boven het absolute nulpunt op de platinaschaal de weerstand nul te worden.

Bij tin, lood en zink is eene duidelijke bocht in de kromme waar te nemen, bij ijzer en nickel is die zeer sterk. De bolle zijde van de kromme is naar de as der temperaturen gekeerd, zoodat de relatieve verandering bij lagere temperatuur kleiner wordt.

§ 6. In aansluiting met dit onderzoek dient vermeld, dat Hamilton Dickson ') beproefd heeft aan het bezwaar, dat bij de metingen van Dewar en Fleeming geene absolute bepalingen van de temperatuur geschied zijn, tegemoet te komen, door eene formule uit te rekenen, waarmee de platinatemperaturen tot die op de waterstofscliaal

1) Phil. Mag. 5. Vol. 44.

Sluiten