Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet direct inet do vloeistof in aanraking. Stralings- en warmtegeleidingsinvloeden zijn hier dus meer te vreezen geweest dan bij de metingen van anderen. Hoe groot deze invloeden geweest kunnen zijn, is niet gemakkelijk op te geven, maar de nauwkeurigheid van de electrische metingen in aanmerking genomen, is het niet onmogelijk dat zij tot een van de voornaamste foutenbronnen geworden zijn.

De electrische metingen geschiedden met de methode van den differentiaalgalvanometer. De metaaldraden werden vergeleken met een standvastigen weerstand uit manganindraad. Deze metingen schijnen zeer nauwkeurig; afwijkingen van den weerstand bij 0° bedroegen niet meer dan '/gooi)*

Er wordt slechts bij 2 temperaturen beneden die van smeltend ijs gemeten, n.1. in koolzuur met ether en in vloeibare lucht.

Uit deze metingen en die bij 0° wordt eene parabolische formule berekend. Afwijkingen van deze formule voor den weerstand zijn bij lage temperaturen dus niet te constateeren. Wel zijn de temperaturen in vloeibare lucht niet steeds dezelfde, maar de verschillen zijn hoogstens 9°, dus zoo gering dat in dit interval aanzienlijke afwijkingen niet te verwachten zijn. Om de geldigheid bij hoogere temperaturen op de proef te stellen heeft Holborn nog waarnemingen bij 200° verricht.

Er worden dan afwijkingen gevonden van 2®.

De formules die hij gevonden heeft voor den weerstand beneden 0° zijn de volgende:

W = W0 (1 -j- 0,003824^ — 0,000000862<2) Draad van

0,1 mM van Heraeus.

Sluiten