Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WiiEATSTONE'sche brug, waarvan 2 armen een zekere standvastige, hoewel onbekende verhouding hadden. De verhouding der weerstanden, die ermee gemeten worden is dan toch de juiste.

Verwisselt men de armen na de meting, en zoekt men de nieuwe schijnbare weerstand der klossen bij deze opstelling, dan verkrijgt men voor elke klos twee waarden van den weerstand. Hebben de armen der brug, als in ons geval, op weinig na de verhouding 1, dan is het gemiddelde van deze twee waarden de juiste weerstand. Al is het voor de metingen met de WiiEATSTONE'sche brug niet direct noodigdeze waarden op zichzelf te kennen, toch vermeld ik dit hier, omdat later van deze weerstanden nog gebruik gemaakt werd. (Zie hoofdstuk III pag. 77 en 78).

Ook bij het ijken van de weerstandsbank R'3 is de waarde van « bepaald. Daar constateerde men bij de verhouding (1 + «) evenwicht tusschen b.v. 100 Ohm en (40 4- 30 + 20 + 10 -)- £) en bij de verhouding (1 — u) tusschen 100 en (40 + .30 20 + 10 + rj). Dan is 100 = (1 + a) (40 + 30 + 20 + 10 + f) 100 = (1 —«) (40 + 30 + 20 + 10 + t,)

— Z — V

" ~ 2.100'

Zoo werden voor a een twintigtal waarden verkregen, alle liggend tusschen 0,00219 en 0,00214. Als gemiddelde werd gebruikt 0,00210.

De waarde van R, volgt uit die van R's en R"3 als R'32

volgt : R — R 3 •

Hierbij wordt nog de onnauwkeurigheid begaan, dat

Sluiten