is toegevoegd aan uw favorieten.

De verandering van den galvanischen toestand van zuivere metalen met de temperatuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarnemingsfouten vallen, dan toch zeer weinig grooter.

Bij methaan, waar de afwijking 19 op 38674 bedraagt, is eene fout in de temperatuur van 0°,04 voldoende om dit bedrag te verklaren.

Bij stikstof kokende onder verminderden druk is echter de afwijking reeds zeer groot geworden. Deze is zóó groot, dat zij niet door waarnemingsfouten te verklaren is. Zij moet dus haar oorzaak hierin vinden, dat de formule niet geschikt is zoo dicht bij liet absolute nulpunt den weerstand voor te stellen. Toch is het opvallend, dat deze verandering zoo plotseling schijnt te komen. Bij —197° voldoet de formule nog; bij —210" is er eene afwijking van 229 op 16025 d. i. in temperatuur eene afwijking van 0°,49. Maar neemt men in aanmerking, dat volgens de formule bij —243° de weerstand nul moet worden, dat men hier dus nog slechts dertig graden van dit punt verwijderd is, dan behoeft men zich over deze uitkomst niet te verwonderen.

Om meer zekerheid te verkrijgen, of werkelijk hier eene vrij snel aangroeiende verandering plaats vond in den looi» der kromme lijn, die den weerstand als functie der temperatuur weergeeft, werd besloten in het bizonder deze metingen bij zeer lage temperatuur, in stikstof, te herhalen. Deze vormen, wat ik in den beginne de 2C serie waarnemingen genoemd heb. Het resultaat was helaas onbevredigend wat het vaststellen van het bedrag der afwijking betreft, maar er blijft wel geen twijfel mogelijk omtrent het bestaan er van en het is waarschijnlijk, dat zij tot om en bij 0°,5 bedraagt. Er zijn drie bepalingen verricht in stikstof, waarvan de uitkomsten in tabel VIII vereenigd zijn.