Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevonden. Door verschillende omstandigheden zijn de berekeningen van de uitkomsten vertraagd, zoodat niet voor Juni 1903 de onderlinge verschillen waren vastgesteld, en toen was het niet meer mogelijk de oorzaak dezer verschillen op te sporen.

De uitkomsten blijven dus, wat het bedrag der afwijking betreft, eenigszins onzeker; maar toch is het zeer waarschijnlijk, dat men reeds in stikstof, kokende onder verminderden druk, een begin zal waarnemen van de verandering in den vorm der temperatuursfunctie, welke afwijkingen, zooals uit de proeven van Dewar blijkt, in vloeibare waterstof zoo sterk optreden.

De slotsom, waartoe men door deze proeven komt, meen ik als volgt te mogen samenvatten.

De voorstelling van den weerstand door eene quadratische functie naar de temperatuur, ook indien men niet lager gaat dan —180°, is slechts geoorloofd, indien men geene grootere nauwkeurigheid beoogt dan 0°,2. Wanneer men zich eene grootere nauwkeurigheid ten doel stelt, zijn voor de calibratie van een platinathermometer een grooter aantal vergelijkingspunten noodig. Voor eene

0

vergelijking tot op ^ is een aantal van minstens fi

vergelijkingstemperaturen zeer wenschelijk te achten.

Beneden 197° worden de afwijkingen van den platinathermometer zóó groot, dat men over dit gebied vooraf dient te laten gaan een onderzoek naar het beloop van den weerstand als temperatuursfunctie.

Sluiten