Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55 mM. hoogte vond dan ruim 12 M. draad eene plaats.

Als weerstand dienden nu twee van deze met draad bedekte cylinders t\ en ca (zie tig. 4 PI. IV), van welke de eene binnen den anderen paste, een mantel van ongeveer 2 mM. vrij latend voor de circulatie der vloeistoffen. Een derde cylinder c3, om deze twee heen, diende ter bescherming van den draad.

De cylinders steunen op een rood koperen ster met drie tanden d, waarin zich concentrische uitdiepingen bevinden om de glascylinders op te nemen. Aan den anderen kant wordt elk van de cylinders door eene koperen ribbe rl, e.2 en e3, die op den glasrand rust, tegen den stervorm aangedrukt met behulp van een trekstang f en moeren <?,, g.2 en </,, zoodat het één vast aan elkaar verbonden geheel vormt. Daar de ribben <?, en e2, even als de onderste stervorm d, tevens dienst deden als aanhechtingsplaatsen voor den draad, werden ze van de trekstang en de moertjes geisoleerd door glazen cylinders hy en h2 en plaatjes mica i2 en i3.

Bij het winden en in elkaar zetten werd als volgt te werk gegaan. Men begon den binnensten cylinder c, vast te zetten tusschen de ster en de ribbe et, de draad werd vast gesoldeerd aan de ribbe e, en in de gleuf van den schroefdraad op den cylinder naar beneden geleid. Onder werd ze aan de ster vast gesoldeerd. Dan werd de tweede cylinder er om heen gezet, de draad hierlangs weer naar boven gebracht en aan e.2 vastgehecht. Zijn beide schroeven in het glas in denzelfden zin gewonden, dan is de draad weer nagenoeg inductievrij.

Even als bij den platinadraad waren er 4 toeleidings-

Sluiten