Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tlraden. Bij de methode met den differentiaalgalvano meter (zie § 5) komt het er niet op aan, dat deze een kleinen weerstand hebben, dus werden draden van 1 mll. genomen, over de laatste 5 cM. uitgewalst. Het geheel hing aan eene koperen buis k, die op de trekstang f geschroefd werd, en om te groote warmtegeleiding erlangs te voorkomen door een eindje eboniet onderbroken was. (niet meer in de teekening te zien')

§ 3. Bepalen van het nulpunt.

De bepaling van het nulpunt geschiedde op dezelfde wijze, als boven bij den platinadraad beschreven De draad werd gesloten in een glazen vat (zie fig. 2 PI. II), dat van boven vernauwd was, zoodat de toeleidingsdraden juist een doorgang vonden. Door lak werd het boveneinde luchtdicht gesloten, waarna in dit vat door eene zijbuis vloeistof gedistilleerd werd, totdat de weerstand daarin ondergedompeld stond. Dit vat werd in ijs geplaatst en nadat de vloeistof de temperatuur van de omgeving had aangenomen, werd met de brug van Wheatstone de weerstand bepaald. Eene enkele bepaling leverde dan nooit moeilijkheden op. Maar bij koper bleek, dat de waarden, op verschillende tijden bepaald, niet overeenkwamen. Ze vertoonden een regelmatig grooter worden van den weerstand bij 0°. Waarschijnlijk moet dit worden toegeschreven aan eene chemische verandering. Koper is zoo licht oxydeerbaar, dat men de uiterste voorzorgen in acht moet nemen ter vermijding van vocht gedurende het bewaren. Distilleerde men de vloeistof erin, nadat de damp over phosphorpentoxyd gevoerd was en zorgde

5

Sluiten