Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wortelbast van Cinnamomum zeylanicum. Zij vermelden verder, dat die olie bijna kleurloos is en gekenmerkt wordt door een sterken reuk naar gewone kamfer, die ze dan ook volgens de opgave van Van Romburgh en volgens hunne eigen waarnemingen in groote hoeveelheid bevat. Deze kamfer scheidt zich reeds bij gewone temperatuur gedeeltelijk af.

Holmes (Pharm. Journ. '20 p. 749) vermeldt in 1890, dat de wortelbast van Cinnamomum zeylanicum kamfer, kaneelaldehyde en een koolwaterstof bevat. Deze mededeeling doet van Romburgh vermoeden, dat Holmes geene zuivere kaneelwortelbast-olie onder handen heeft gehad.

In het verslag van 's Lands Plantentuin 1892 p. 58 staat: „Van de aetherische olie uit den wortelbast van Cinn. zeylanicum, die er 3% van bevat, werd eene groote hoeveelheid bereid. In den handel komt eene olie voor, die den naam van kaneelwortelolie draagt, maar die naar het schijnt uit de bladeren bereid is. De echte kaneelwortelolie bevat groote hoeveelheden kamfer, die zich reeds bij het destilleeren in de koelhuizen afzet. Het bjj de hier heerschende temperatuur (4; 27° C) afgescheiden vloeibare gedeelte heeft bij 26° een soortelijk gewicht van 0,94 en bevat nog veel kamfer opgelost, die men bij de gefractionneerde destillatie gemakkelijk kan afzonderen. Verder verkrijgt men nog eene bij ongeveer 165° kokende vloeistof (een terpeen), die in een 20 cM. lange buis het vlak van het gepolariseerde licht 19,5° naar rechts doet draaien. Ook boven 220° gaat er nog vrij wat over.

Het verslag van 1895 bldz. 39 vermeldt, dat de wortelbast van Cinnamomum Cassia geen kamfer bevat maar kaneelaldehyde.

Meer kon ik in de litteratuur over deze olie niet

Sluiten