Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als nadere identiteitsreactie werd de kamfer omgezet in liet oxime volgens Auwers (B 22. 605).

In het waterbad werden 1 gr. kamfer en 20 gr. alkohol met eene geconcentreerde waterige oplossing van 1 gr. hydroxylamine en 1,7 gr. NaOH zoo lang gedigereerd, tot een proefje na toevoeging van water helder bleef of door een paar druppels NaOH helder werd. Daarna werd de massa met water verdund en de gefiltreerde oplossing met zoutzuur geneutraliseerd. By de neutralisatie scheidden zich de kristallen af, die dadelijk zuiver waren en een smeltpunt hadden van 120°. Dit smeltpunt wordt door Auwers bij 115° opgegeven, terwijl het smeltpunt van een handelsoxime 117» bedroeg. Het smeltpunt van dit oxime, met het door mij verkregen gemengd, lag bij 118,5°.

Geschiedenis der Kamfer.1)

De kamfer is reeds lang bekend door haar eigenaardige physische eigenschappen, al komt ze niet zeer verbreid in de natuur voor. In Azië is ze, even als borneol, reeds lang vóór Chr. geboorte bekend geweest, maar bij de Grieken en Romeinen zeker niet vóór het begin onzer jaartelling. De eerste bekende schriftelijke mededeeling daarover dagteekent van de 6e eeuw,

') Veel hiervan is ontleend aan F. W. Semmler „die aetherischen öle".

Sluiten