Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Nog stond te mijner beschikking eene hoeveelheid olie uit ouden stambast gedestilleerd en waarvan de afkomst geheel zeker was, daar ze door van Romburgh uit den bast der boomen, die de wortelolie geleverd hadden, bereid was; tevens was er nog een weinig olie uit de bladeren derzelfde boomen verkregen.

I it een phyto-chemisch ev. biologisch oogpunt scheen het niet zonder belang, 0111 na te gaan, of de verhouding der bestanddeelen veel verschilde met die der jonge twijgen, welke uitsluitend voor de bereiding van kaneel gebruikt worden.

Tk bepaalde daarom uit de bastolie volgens Sch. 1890 I. 12 en II. 12 quantitatief het aldehvdegehalte in een ('assiakolfje van 50 c.c. inhoud. Daarna werd 5 c.c. olie geschud met eene oplossing van natriumbisulfiet en het kolfje zoo lang geplaatst in een kokend waterbad, totdat de vloeistof geheel helder was en de niet aangetaste olie als eene scherp begrensde laag boven dreef. Daarna werd het kolfje verder met natriumbisulfiet opl. gevuld, totdat de olie in den verdeelden hals van het kolfje gedreven was; 2'/2 c.c. olie was ongebonden gebleven, dus bevatte de olie uit ouden stambast f)0% aldehyde terwijl die uit jongen bast 70%—7öu/o bevat. Een tweede bepaling kwam geheel overeen met de eerste, dus kan men aannemen, dat met den ouderdom

Sluiten