Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de geheele massa, die weer verdween, wanneer de troebeling totaal geworden was. Voor liet vast worden der troebele vloeistof' trad weer hetzelfde kleurverschijnsel op. Het microscopisch onderzoek van Lehmann, waarover de eerste publicatie verscheen in het Z. für phys. Chemie Bd. 4 (1889), leerde het volgende: Bij afkoelen van de isotrope smelt verschijnen plotseling overal blauw-witte vlekjes zonder scherpe omgrenzing; bij verder afkoelen komen hierin gewone tafelvormige kristallen. Drukt men op het dekglaasje, dan ziet men duidelijk strepen vloeien, welke tusschen gekruiste nicols nu eens licht dan weer donker schijnen.

Geheel analoog gedroeg zich het eveneens door Reinitzer onderzochte cholesterylacetaat. Behalve aan deze beide esters constateerde Lehmann het bestaan van deze nieuwe modificatie bij twee lichamen van geheel ander type, n.1. bij het p-azoxyanisol en het p-azoxyphenetol, welke hem door Gattermann tot nadere bestudeering waren toegezonden. Gattermann ') bereidde het anisol en phenetol respectievelijk uit methylalcohol -f- natron + p-nitrophenetol en uit aethylalcohol + natron -)- p-nitroanisol en vond, dat na herhaaldelijke omkristallisatie het p-azoxyanisol bij 116° tot eene troebele vloeistof smolt, welke bij 134° helder werd. Het phenetol vertoonde hetzelfde verschijnsel bij 134° en 165°. Het microscopisch onderzoek zoowel van het anisol als van het phenetol deed de opvatting van Lehmann omtrent het bestaan van vloeiende kristallen grootelijks aan zekerheid

i) Ber. 23, 1738 (1889).

Sluiten