Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene emulsie. De vaste kristallen smelten tot eene troebele vloeistof', die uit twee vloeibare phasen bestaat, n.1. uit eene verdunde oplossing van een bruin reductieproduct in veel p-azoxyanisol of' phenetol en uit eene oplossing van het anisol of' phenetol in de bruine stof. Bij het „bovenste smeltpunt wordt de troebele vloeistof' helder. Deze verontreiniging zou tevens door reflexie eene depolarisatie van het gepolariseerde licht bewerken en daardoor het licht-worden van het gezichtsveld bij gekruiste nicols veroorzaken.

Tot nadere bevestiging van de opvatting van Tammann werden door Rotarski j) verscheidene proeven uitgevoerd om de onzuiverheid der bovengenoemde lichamen aan te toonen en het emulsiekarakter der troebele vloeistof nader toe te lichten. Door herhaaldelijke distillatie van het p-azoxyanisol verkreeg Rotarski een distillaat, dat 6.5° lager helder werd, dus lager smolt dan de oorspronkelijke stof, terwijl het smeltpunt van het residu hooger was geworden. Schexck3) en De Kock3) schrijven dit te recht toe aan eene ontleding, welke door de langdurige distillatie optrad; Rotarski's resultaat is dus volstrekt geen bewijs tegen de homogeniteit van het p-azoxyanisol.

Om de emulsie-natuur der vloeiende kristallen nader te bewijzen verrichtte Tammann4) verscheidene proeven met het

1) Ann. d. Physik 4 (1901); Ber. 30, pag. 3158 (1903).

2) Ann. d. Physik 9, 1003 (1902%

?) Dissertatie Amsterdam (1903).

4) Ann. d. Physik 8, 103 (1902).

Sluiten