Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der vloeiende kristallen door vertakking van de keten zeer vermindert, besluit Jaeger dat de anisotroop-vloeibare pliase eene constitutieve eigenschap der stoffen is en niet, zooals door Tammann wordt aangenomen, tot oorzaak heeft de verontreiniging door een bijproduct.

Lehmann, wien Jaeger zijne praeparaten tot nadere bestudeering zond, ontdekte aan deze esters geheel nieuwe en hoogst merkwaardige eigenschappen. Onder hen bevonden zich lichamen, waarl >ij drie vloeibare phasen optraden, waarvan eene isotroop en tweeanisotroop. Men heeft hier dus te doen met lichamen, welke de overgangen vast vl. krist. II vl. kristallijn I±£ isotroop vertoonen, indien de beide anisotroop vloeibare phasen stabiel optreden, of, indien beide of een der beide modificaties metastabiel is, bij stijging in temperatuur slechts den overgang vast —>- isotroop, respectievelijk vast—>- anis I —isotroop bezitten. Deze belangrijke eigenschap levert een zeer sterk bewijs voor Lehmaxn's opvatting van de kristallijne natuur der vloeiende kristallen. Immers hier heeft men te maken met overgangen van de eene kristalmodificatie in de andere, overgangen, geheel analoog aan die bij het vaste ammoniumnitraat. En evenzoo als in den vasten toestand de eene vorm t.o.z. van den anderen enantiotroop of monotroop kan zijn, ziet men hier gevallen verwezenlijkt van beide overgangen. Gaat men b.v. het cholesterylcaprinaat na, dan zal men volgens Lehmann 't volgende waarnemen: Is de stof op de objecttafel van een kristallisatieniicroscoop gesmolten, dan is het gezichtsveld tuschen gekruiste nicols donker. Bij afkoelen treedt eerst de vloeibaar kristallijne modificatie I op in den vorm van eene

Sluiten