Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grauwe gespikkelde massa, die uit zeer kleine kristalindividuen van zwakke dubbelbreking bestaat. Door drukken op het dekglas wordt zij „pseudoisotroop". d.w.z. zij verschijnt donker: dit wordt veroorzaakt door het feit, dat de kristalindividuen zich loodrecht op den glaswand richten, terwijl lichte olieachtige strepen 't veld doorkruisen. Zoodra de overgang in modificatie II is begonnen, ziet men de afscheiding tusschen de sterkbrekende niet prachtige kleuren zich vertoonende modificatie II en de bovengenoemde modificatie I voortschrijden. Deze tweede modificatie is veel minder vloeibaar dan de eerste. Door stijging en daling der temperatuur kan men naar willekeur modificatie I of II doen ontstaan. Om den overgang der beide modificaties bij geisoleerde kristalidividuen te beschouwen, zocht Leilmann naar een geschikt oplosmiddel, hetgeen hij vond in een mengsel van aniline en amylalcohol. Indien dit mengsel inderdaad slechts als oplosmiddel fungeert, mag het geenerlei invloed op de stof zelf uitoefenen en dus niet. zooals Lehmann op pag. 756 van het Z. für Phys. Ch. L\ I aangeeft, als voorbeeld dienen, hoe, door invloed van een bijmengsel, in casu aniline en amylalcohol, modificatie I of II stabieler gemaakt kan worden, evenals hij wel metastabiele phasen door toevoeging van p-azoxyphenetol kan bestendigen. Treedt het mengsel slechts als oplosmiddel op, dan is er ook geen sprake van, dat het, analoog aan 't geen bij vaste mengkristallen is gevonden, de stabiliteit kan verhoogen. Vormt het mengkristallen met een der vloeiende kristallen, dan is het ook niet meer zuiver als oplosmiddel te beschouwen.

Sluiten