Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

Deze voortzetting heb ik door eene punt-stippelljjn aangegeven, die in de volgende teekeningen is weggelaten.

De derde rubriek bevat de gevallen van mengkristallenvorming voor stelsels, waarvan een der componenten 2 stabiele optischanisotrope vloeibare phasen bezit. De P-T-lijn van dien component lieeft de gedaante als in tig. 3 geteekend is. Nu kunnen zich hier twee soorten gevallen voordoen, afhankelijk van de keuze van den tweeden component, n.1.

lila. De tweede component bezit 1 stabiele optisch-anisotrope vloeibare phase.

Illb. De tweede component bezit geen vloeiende kristallen.

Bij lila kunnen wij nog de volgende gevallen onderscheiden :

le. Het gebied der vloeiende kristallen ligt intact (zie tig. 18).

Daarin is C liet overgangspunt S —>- FA„ van component A, terwijl M het overgangspunt FA„ —► FAl voorstelt. K is het smeltpunt FAl —>■ L.

Aan den B kant is E het overgangspunt S —y FB en H het smeltpunt FB —>■ L.

De lijn OPN is eene drie-phasentemperatuurlijn, waarop bij warmtetoevoer de overgang L + FA2b —> FA] B plaats vindt.

Om de vergelijking met de volgende figuur te vergemakkelijken is hier het minder eenvoudige geval van de smeltlijn met een minimum geteekend.

2e. Het gebied der vloeiende kristallen komt in contact met de vaste phase (zie fig. 19).

s

Sluiten