Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IYö. De andere component heeft geen vloeiend-kristallijne phase.

IVttj. Het vormingsgebied der vloeiende mengkristallen komt aan de eene zijde niet in contact met de vaste kristallen (zie fig. 21).

Hier is K het stabiele overgangspunt en M het stabiele smeltpunt van component A.

Aan den B-kant is E het stabiele overgangspunt S—► FAl. H het smeltpunt Fai —>■ LD is het metastabiele smeltpunt FAjJ —y L.

Door toevoeging van component A worden de vloeiende metastabiele kristallen der tweede modificatie gestabiliseerd, zoodra het procentgehalte tot R gestegen is.

Sluiten