Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloeistof volkomen helder was geworden, weer verdwenen was. Door vergelijking met microscopische waarnemingen ben ik tot de overtuiging gekomen, dat het geoorloofd is het optreden dezer kleur aan het ontstaan van de heldere vloeistof toe te schrijven.

De overgangspunten der mengsels konden in vele gevallen door eene vertraging in den thermometergang worden waargenomen; bij afkoeling zelfs door eene plotselinge stijging der temperatuur.

Het warmte-effect bij de overgangspunten is n.1. in het algemeen aanmerkelijk grooter dan bij de smeltpunten en is voor zoover onderzocht van dezelfde orde als die van de gewone smeltwarmten.

De volgende getallen geven hiervan een voorbeeld:

Stof. Overgangswarmte. Smeltwarmte.

p-azoxyphenetol 21 cal.*) 1.6 cal.')

p-azoxyanisol.. 29.84 cal.2) 0.68cal.3) 0.71 cal.4) Het energieonderscheid tusschen de anisotrope vloeistof en de isotrope vloeistof is dus veel geringer dan tusschen den vasten en den anisotroop vloeibaren toestand. Het punt, waar de stof vloeibaar begint te worden, wordt daardoor ten onrechte vaak als smeltpunt aangeduid, terwijl met „Kliirungspunkt" de overgang van de anisotrope in de isotrope

') Amerio, Nuovo Cim. 5, vol. 2, (1901).

2) Schenk, Zeitschr. physch. 28 (1899).

3) Bühner, Dissertatie (1906;.

4) Hulett, Zeitschr. phys. Ch. 28 18t9).

Sluiten