Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor die gevallen werd eene andere methode gebezigd, om de overgangspunten te bepalen, n.1. de temperatuurmeting met een thermo-element. Het thermo-element bestond uit ijzer-konstan taan. De inrichting der proef was zeer eenvoudig.

De soldeerplaatsen bevonden zich ieder, beschut door glas in een reageerbuisje. Aanvankelijk werden beide buisjes gevuld met KC1.

De ijzerdraden a en b leidden naar den galvanometer (zie fig. 27).

De buisjes waren door openingen in een plankje gestoken en konden zoo gemakkelijk in en uit het oliebad worden gebracht. Er werd bewezen, dat, wanneer beide buisjes met KC1 gevuld waren, bij temperatuursverandering geen noemenswaardig potentiaal verschil tusschen a en b optrad.

Daarna werd in liet eene der beide buisjes het te onderzoeken mengsel gebracht, waarna door gelijktijdige aflezing van de temperatuur van liet bad en den galvanometeruitslag de overgangspunten konden worden bepaald.

Sluiten