Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koelen zag men het ontstaan der optisch-anisotrope vloeistof' aangekondigd door lichte bolletjes, die achter elkaar aanrolden en overgingen in grootere lichte druppels, waarin slieren gevormd werden, die zich in voortdurende draaiende beweging bevonden.

Daarna kwamen op sommige plekken de vaste kristallen, totdat eindelijk het geheele veld slechts door de vaste kristallen was gevuld. Bij temperatuurstijging hadden de overgangen in omgekeerde volgorde plaats, 't geen aldus voorgesteld kan worden:

Vast * y vast -(- anis vl. anis vl. anis vl. -(isotroop > isotrope vloeistof.

Bij de mengsels van 25 % en 20 % kon ik microscopisch duidelijk de drie phasen naast elkaar zien. terwijl het mij gehikte bij het mengsel van 10 % en 15 % azoxyphenetol. bij sterke onderkoeling, vloeiende kristallen waar te nemen. Bij temperatuurstijging heeft men dus slechts den overgang vast —► isotroop; bij afkoeling isotroop vl.—>- anistroop vl. —>■ vast.

Bij het macroscopisch onderzoek van het 20 % mengsel vond ik als temperatuur van helder worden 158.6°, welk punt niet in het T-X diagram paste. Daarom onderzocht ik dit mengsel microscopisch in het toestel met oliestroom verwarming en vond zoodoende het optreden der vloeiende kristallen l>ij 153.8° en als bovenste smelttemperatuur 158.0°.

Ter vergelijking bepaalde ik met laatstgenoemd apparaat eveneens het einde van het smelttraject van het 40 °/0 mengsel, waarvoor ik 160° vond. Deze temperatuur ligt slechts

Sluiten